Over ons

Aan de voet van de Vesuvius staat een boom die bij alle Napolitanen bekend is. Er wordt gefluisterd dat deze boom mythische krachten bezit of misschien wel een portaal naar een andere wereld is. Hoe dat komt?

Op 14 december 1992 raast er een woedende winterstorm langs de kust bij Napels die veel vernietiging aanricht. Harde regen en wind schrikken de havenstad op en de Napolitanen doen de luiken stevig dicht. Wanneer het begint te onweren slaat net buiten de stad de bliksem in een enorme eik. Er ontstaat een bosbrand die een dikke laag zwarte rook over de stad legt.

De volgende ochtend is de storm gaan liggen en de Napolitanen nemen voorzichtig de schade op. Marina, een alleenstaande dokter, doet haar ronde om te kijken of iedereen in de omliggende dorpen veilig is gebleven. Onderweg naar Avellino ziet ze iets wat haar onmiddellijk van haar Vespa doet stappen en ze slaat een kruis: op de helling van de Vesuvius, tussen de zwartgeblakerde velden en verkoolde bomen staat een machtige, groene eik fier overeind, alsof er niets gebeurd is. Onderaan de boom liggen zeven totaal verschillende baby’s, gewikkeld in linnen, geduldig wachtend tot iemand ze mee zou nemen. Marina vernoemt ze naar haar ooms en grootvaders: Amadeo, Cesare, Enrico, Federico, Graziano, Massimo en Romeo.

In de jaren die volgen voedt Marina de baby’s streng maar met liefde op. Ze leert de jongens traditionele Napolitaanse gerechten te maken en daarvan te genieten, en elke ochtend en avond wordt er urenlang muziek gemaakt. Naast liefde voor het leven (“Viva la vita – allegria!”) leren de vondelingen ook dat je deze liefde moet delen met anderen. Marina – die liefdevol Nonna (oma) wordt genoemd – zegt altijd dat muziek daar de beste manier voor is: “Con la canzone condivido l’amore!”

De kronkelige straatjes van Napoli blijken een perfecte speelplaats voor de zeven jongens. Al snel kennen ze die als hun broekzak, wat ze voordeel oplevert als ze weer eens bijna te laat zijn voor hun pianoles of op de vlucht zijn voor de carabinieri. Op de keien van de straten vinden de jongens hun eerste liefde, hun eerste gebroken hart, hun eerste baantje – en soms hun tanden na een avondje knokken met jongens uit de Spaanse wijk. Zo stroomt het levensbloed van Napoli door hun aderen, maar het verhaal van Nonna brengt ze uiteindelijk naar Nederland.

Voordat ze in Napoli ging wonen was Marina een rondtrekkende zangeres. In Milano ontmoette ze een Nederlandse man op wie ze op slag verliefd werd. Ze dronken wijn en aten risotto en tot diep in de nacht hadden ze diepe gesprekken over het leven en de liefde. De volgende ochtend werd Marina alleen wakker: de Nederlander had haar stilletjes verlaten. Die ene nacht heeft haar nooit losgelaten; ze draagt nog steeds een foto van ‘haar’ Nederlander in een medaillon om haar nek. Ze zal nooit meer op een ander verliefd kunnen worden.

Om Nonna’s grote liefde te vinden – en eindelijk hun vleugels uit te slaan – besluiten de jongens in 2014 om hun gitaar in te pakken en naar Nederland te vertrekken. Daar vertellen ze hun verhaal aan iedereen die het horen wil, eeuwig hopend te ontdekken wie hun Nonno (opa) is en wie zij zelf zijn. In dit koude land waar je winterjas ook een regenjas moet zijn ontdekken ze dat Nonna hen niet alleen

Napolitaanse waarden heeft bijgebracht, maar ook Nederlandse. Om zich hier echt thuis te voelen doen ze wat ze het allerliefste doen: con la canzone condividere l’amore!